|
Hoe gaat dat nadenken in zijn werk?
“Het leren nadenken is bij mij een ontdekkingstocht geweest, omdat haar sociale achtergrond nu niet bepaald stimuleerde tot nadenken. Er werd voor haar gedacht. Er is een tijd geweest dat ze dat slecht kon accepteren”
“Wel weten wat je ouders geloven en niet weten wat je zelf gelooft, is een angstig onzeker bestaan. Een kind moet mens kunnen worden in de omgeving waarin het opgroeit, dat kan alleen als een kind de ruimte krijgt voor een eigen mening.' Zij wil daarom altijd een bewustwordingsproces beschrijven, een ontwikkeling, groei.”
Kunt u dat bewustwordingsproces beschrijven?
"Tijdens het schrijven groei ik met mijn hoofdpersoon mee in de ontwikkeling die zij doormaakt. En ik wil zo graag dat de lezer dat groeiproces ook volgt, zodat we samen een stukje verder komen. Noem het het verwerven van inzicht, of het accepteren van het leven, of opnieuw stelling nemen tegen dat wat je klemzet of pijn doet. Het gekke is dat groei in het leven een kwestie van vallen en opstaan is. Je doet twee stappen en dan weer drie achteruit en dan weer een paar vooruit. Zo kan het gebeuren dat ik versteld sta van wat ik een paar jaar geleden schreef. "Waar haalde ik dat toen vandaan?" maar ook, "Waar is dat inzicht gebleven?" Het is dus beslist niet zo dat ik inmiddels een zak met inzicht heb staan naast mijn computer. Ik moet net als iedereen elk inzicht altijd weer opnieuw verwerven. En dat is maar goed ook, want hoe zou ik geloofwaardig kunnen schrijven over twijfel als ik zelf niet meer twijfelde, over een zoektocht als ik zelf niet meer de weg moest zoeken?" "Het schrijven van een nieuwe roman is steeds opnieuw een gevecht met mijn eigen bestaan. Ik verpak mijn eigen "sores" en geworstel in fictie, waardoor ik zelf overeind blijf juist doordat ik er zo over ben gaan nadenken. De feiten van mijn verhaal zijn zeker niet autobiografisch, noch biografisch, ik bedenk gewoon een passende situatie waarin mijn eigen emoties aan bod komen. Zodoende kan ik schrijven op een herkenbare manier, omdat de lezer zelf ook kampt met die emoties.”
Joke Verweerd over deze emoties in Paradiso
“In Paradiso is dat bijvoorbeeld heel duidelijk. Ik beschrijf daar een jonge vrouw die de harde levensles leert dat zij haar meest nabije medemens niet kan redden noch gelukkig maken, hoeveel zij daar ook voor opoffert. In Paradiso verliest Wies haar Arthur doordat hij voor de trein springt. Dat is heftig en die gebeurtenis zullen maar weinig lezers als eigen ervaring herkennen. Maar het gevoel dat je alles, alles hebt gedaan en daarmee niets opgelost hebt, dat je alles, alles hebt gegeven en dat het niet geholpen heeft, dat herkennen mensen, want dat ervaren we allemaal zo nu en dan”
En hoe is dat in haar derde roman Paradiso?
In Permissie, mijn derde roman, wil ik helder krijgen hoezeer herinneringen en onverwerkt verdriet een rol spelen binnen de familieverhoudingen. Ook dat is herkenbaar, je hoeft geen Nederlands Indische achtergrond te hebben om daarmee geconfronteerd te worden. Dat wat je verzwijgt, is er daarom nog wel! Want dat wat je leven beheerst, is altijd om je heen. Je beschermt dus je omgeving niet als je je pijn voor jezelf houdt, je infecteert juist.
Vertel eens wat over uw roman “De rugzak”?
“In De rugzak ontdekt de hoofdpersoon dat je jezelf en je omgeving voor de gek houdt als je niet uitkomt voor je gevoelens. 'Niet zeggen dat je ongelukkig bent, is je geluk liegen!' Dat staat haaks op slikken en opofferen, haaks op steeds maar de minste willen zijn. Want dan kom je nooit aan je eigen bestemming, je eigen groei toe. Een mens moet zijn of haar eigen groeiruimte scheppen, dat kan iemand anders niet voor je doen.”
En “de Wintertuin”?
“In De wintertuin , mijn eerste roman, ontdekt Ika dat vergeven bij de gekwetste persoon moet beginnen. Dat lijkt te erg voor woorden, maar het is de waarheid. Als het slachtoffer geen ruimte maakt, geen begin, geen opening geeft, dan heeft het excuus geen enkele zin, dan komt het niet aan. Als je daarover verder denkt, dan kom je vanzelf tot de ontdekking dat het hele proces van vergeving dus afhangt van de gekwetste persoon en dat je vergeving kunt bieden zonder dat er om gevraagd wordt. Dat zijn harde lessen, maar juist harde lessen blijven je bij. Die gaan als het goed is bij je bagage horen. Ik vind een boek alleen maar geslaagd als het op de een of andere manier constructieve bagage oplevert. Al moet ik wel eerlijk zeggen dat het bezit daarvan soms maar heel tijdelijk is. Je bent zo weer kwijt wat je rijk was... “
Functies en verdere activiteiten
Joke Verweerd is sinds 1997 voorzitter van de protestants-christelijke auteursvereniging 'Schrijvenderwijs'. Deze vereniging organiseert jaarlijks drie ontmoetingsdagen die goed worden bezocht door de leden.
Joke geeft veel lezingen over haar werk. Zowel bij bibliotheken, verenigingen als op scholen. Zij heeft ook regelmatig de leiding van een zogenaamde koffieochtend, waar zij na een lezing voor vrouwen de discussie leidt.
Van De wintertuin schreef zij zelf een scenario. Tijdens het schrijven daarvan merkte zij hoe lastig het is een psychologische roman (waarin denken en voelen de belangrijkste elementen zijn van het verhaal), te vatten in handelingen en gedrag. De film, die de titel 'Tien jaar later' draagt, werd bekroond met een internationale prijs in de categorie psychologisch drama. De film werd uitgezonden door de Evangelische Omroep. Op 'de plank' liggen nog enkele scenario's die in de toekomst geproduceerd zullen worden.
Ze is meer een romanschrijver dan een filmschrijver, maar het werken aan scenario's geeft aan haar romans iets beeldends, door een woordkeus die op de verbeeldingskracht van de lezer werkt.
Kijk ook eens op de site van Joke Verweerd: www.jokeverweerd.nl
Joke Speksnijder trouwde in 1975 en kreeg een zoon (1976) en een dochter (1979). Zij woont momenteel te Deventer. Het schrijven van liedjes, gedichten en verhalen was zo bij haar gaan horen, dat het een logisch onderdeel van haar bestaan was gaan vormen. Daarom was het goed om bij de kinderen een luisterend oor te vinden.
Haar eerste gedichtenbundel werd gepubliceerd in 1983 bij Boekencentrum Uitgevers. Het was voor haar een bijzondere ervaring te beseffen dat anderen zich herkenden in dat wat zo heel erg van haarzelf was gebleven.
'Achter de badhanddoeken in de kast waren mijn schriften een deel mijn leven, privé, naar mijn gevoel niet van belang voor een ander, maar waardevol voor mijzelf, omdat het vooral relativerend werkte voor mijn eigen gevoelswereld. Ik kon mijn emoties, zowel de negatieve als de positieve, beter aan als ik er over geschreven had. Soms bijvoorbeeld in een brief aan mijn vader, die ik hem overigens niet durfde laten lezen. In andere gevallen gaf het beschrijven van dat wat mij raakte, mij het gevoel dat ik mijn bijdrage leverde in de wereld, ook al was dat voor mij alleen van waarde en dus voor mij alleen bestemd.'
Na de derde gedichtenbundel ontstond in haar het verlangen een goede roman te schrijven.
'Als ik veertig ben, schrijf ik een goede roman.' 'Wat versta je onder een goede roman?' 'Dat is een boek waarvan je gaat nadenken!' Joke Verweerd-Speksnijder werd geboren in 1954, in een orthodox gereformeerd gezin te Krimpen aan den IJssel. Joke was een kind van uitersten en de middelste van de vijf kinderen die het gezin telde. Zij deed altijd al mee met andermans emoties. En elke emotie werd vanzelf een verhaal in haar hoofd. Zo kon zij wekenlang overstuur zijn van een doodgereden poes van onbekende mensen en dagenlang opgetogen over de groei van de worteltjes. Zij begreep al snel dat datgene wat zich in haar hoofd afspeelde geen waardering oogstte. Zo werden de verhalen en de liedjes privé-bezit.
Toen zij op de lagere school ontdekte dat letters samen een woord, woorden samen een zin, zinnen het hele verhaal vormen, was zij verrukt van de mogelijkheden die deze ontdekking bood.
Zij ging schrijven, eerst alles opschrijven wat ze beleefde maar aangezien dat niet zo wereldschokkend was, bedacht ze, dat ze ook kon opschrijven wat ze zou kúnnen beleven...
Op de middelbare school kwam Joke Speksnijder in aanraking met literatuur. Vooral door de poëzie wist zij dat het schrijven van gedichten voor haar altijd belangrijk zou zijn, ook al had niemand anders er belangstelling voor. Ze leerde dat een goed gedicht moet voldoen aan regels qua metrum en rijm en zij gaf zichzelf de opdacht alles wat zij tot dan toe geschreven had daaraan te toetsen.
Zij hoefde niets te veranderen en had dus onbewust de regels gehanteerd omdat ze altijd was blijven sleutelen tot het 'mooi' was. Door deze ontdekking begreep zij, dat regels er niet zijn om het creatieve proces in te perken, maar dat de regels benoemen wat het creatieve proces doet.
Na de middelbare schoolopleiding werkte zij een aantal jaren in een kantoorboekhandel in Rotterdam. Zij werd zich bewust van het innerlijke verlangen om op een andere manier met mensen te kunnen werken en solliciteerde naar een baan bij de gemeentelijke sociale dienst te Krimpen aan den IJssel. Zij werd aangenomen en begon de studie Middelbare Sociale Arbeid. Door deze studie kreeg zij een bredere kijk op de samenleving en op haar eigen omgeving. |