
Natuurlijk zegt Bram geen ‘nee’ als je hem vraagt voor een interview. Natuurlijk hebben jullie / heeft u wel eens een boek van hem gezien of gelezen. Maar wie is nu eigenlijk de persoon achter de boeken?
We zochten hem op en hij vertelde....................................
Zijn eerste luiers vulde hij in Leeuwarden. Maar de meeste tijd van zijn jeugd woonde hij in Groningen. Om precies te zijn, er vlak onder, in Haren. Twee zussen heeft hij, Karoline en Anja. Lezen vond hij wel leuk, vooral stripboeken, maar veelal was hij buiten te vinden. Met zijn vriendjes aan het voetballen, in bomen klimmen, kijken wie het groenst was na een wedstrijdje ‘van de heuvel afrollen’. “Mijn moeder moet een punthoofd van mijn vieze kleren hebben gekregen”
Bram is nu wel schrijver, maar ja of hij vroeger veel las? “’s Avonds in bed las ik altijd. (En dat doe ik nog steeds.) Dan was het lekker stil in huis en donker. Ik had mijn slaapkamer helemaal op zolder. Maar er zat een vervelende kier onder mijn deur. Dus als mijn vader of moeder kwam controleren of ik al sliep, konden ze door de kier zien dat ik nog licht aan had. Gelukkig hadden we een zoldertrap met enkele krakende treden… “
Wat waren dan wel zijn lievelingsboeken? “Ik denk dat je ze wel kent … de boeken over Snuf de hond. Op elke verjaardag of Sinterklaasfeest vroeg ik om nog een deel. De laatste delen van deze boeken van Piet Prins heb ik gekocht toen ik volwassen was. Daarnaast was ik ook gek op de boeken over Arendsoog, ken je die?En natuurlijk, zeggen we dan, die kennen we want wie kent Arendsoog en Witte Veder niet?
Ik begon met schrijven in 1999. Ik was met mijn gezin op vakantie in Oostenrijk. Het was avond, de krekels vulden met hun geluid de tuin. Mijn vrouw was ver weg, ik bedoel ze zat wel vlak bij me, maar ze was helemaal weggedoken in een boek. Toen dacht ik, ik zie het nog voor me, zal ik … Ik heb er wel vaker over nagedacht …. Maar nooit echt iets aan gedaan …. Zal ik echt … Ik ben uit mijn stoel opgestaan, ben naar boven gelopen en heb uit mijn koffer een kladblok met pen gepakt. Vijf minuten later zat ik weer in die Oostenrijkse tuin en begon het verhaal over ‘Razende Rudolf’.Zo begon het. En hoe ik nu aan de verhalen kom? Soms lees ik de krant en valt mijn oog op een bijzonder stukje. Soms vang ik een verhaal op als ik scholen bezoek. Soms zie ik op straat iets gebeuren. Het hele jaar door bewaar ik ideeën in mijn computer. Na verloop van tijd blijkt steeds dat een van die ideeën met mij aan de haal gaat. Ik fantaseer vanzelf verder over dat wat ik gehoord of gezien heb. En dan ga ik schrijven… Eerst denk ik het hele verhaal uit en schrijf de belangrijkste dingen op. Vaak weet ik al hoe het laatste hoofdstuk eindigt. Pas dan ga ik echt schrijven, ik bedoel, pas dan begin ik echt met hoofdstuk 1.
Tot nu toe heb ik geschreven voor kinderen vanaf groep 6.
Op dit moment ben ik bezig met een verhaal over een jongen en een meisje die allebei ongeveer 15 jaar zijn. Maar ik weet zeker dat kinderen van de basisschool dit verhaal ook spannend zullen vinden. Ik in ieder geval wel. … Het lijkt me trouwens ook heel leuk om eens een boek voor jongere kinderen (groep 3, 4 en 5) te schrijven. Misschien dat ik me daar volgend jaar eens aan waag. Recent heb ik nog een verhaal geschreven voor een prachtig boek getiteld: “Het hoogste lied” Dit hoopt voor de zomervakantie te verschijnen. Moeten jullie zeker aanschaffen!...........
We zijn ook benieuwd of hij veel reacties krijgt uit het lezerspubliek. We laten hem zelf weer even aan het woord. “Soms krijg ik zomaar een grote enveloppe door de brievenbus. Dan heeft een klas zitten zwoegen op de meest prachtige tekeningen rond een boek van me. Geweldig vind ik dat!Regelmatig kom ik op scholen en dan vind ik het bijzonder leuk en leerzaam wat de kinderen van mijn boeken vinden. Elke reactie ben ik blij mee!” Ik vind het erg leuk om voor kinderen te schrijven. Ik hoop dat ze kunnen genieten, schrikken, lachen, huiveren, kortom door mijn boek iets beleven. Maar ik schrijf ook omdat ik het zelf erg leuk vind. Iedere volwassene is gewoon een groot kind, denk ik wel eens. Door het schrijven voel ik me weer lekker kind. Ik beleef weer avonturen. En dan vind ik het heerlijk om weer te van die groene heuvel af te rollen en in bomen te klimmen, zoals ik vroeger deed. Weet je wat, als ik met dit interview klaar ben, roep ik mijn kinderen en gaan we op zoek naar een heuvel. Eens kijken hoe groen ik deze broek kan krijgen.
We laten Bram nog even niet weggaan, want we willen ook nog van nog van hem weten, wanneer hij het liefst schrijft en/of hij nog tips voor andere schrijvers heeft.............
Het liefst schrijf ik ’s avonds in onze achtertuin met mijn laptop op de tafel. En als het weer dat niet toelaat, heb ik in de hoek van de kamer een rustig plekje waar mijn bureau staat. Door het raam zie ik buiten mijn kinderen spelen. En dat vind ik heerlijk om te zien. Soms beschrijf ik wel eens een spel dat ze spelen.
En of ik tenslotte nog tips heb? Jazeker, hier komt die dan! Denk jij of je meester of juf er wel eens over om een verhaal te gaan schrijven? Mijn tip is, precies wat mij in Oostenrijk overkwam, Juf, meester, hup, snel opstaan en op zoek gaan naar een kladblok met pen. Gewoon lekker beginnen.